logo vlti

Vrij Land- en Tuinbouwinstituut
Conscienceplein 12
8820 Torhout
Tel. 050 23 15 14
Fax 050 23 15 24
vlti@sint-rembert.be

Koop wat kleur voor in je tuin tijdens onze bloemendag!

Wist je dat wij ook een facebookpagina hebben? Like ons, en blijf steeds op de hoogte van het reilen en zeilen binnen de school.

Een ruim aanbod verse groenten en sierplanten.
Voor aanbod zie VERKOOP SERRE

 

paardrijden en -verzorgen

Hieronder vindt u informatie betreffende de richting Paardrijden en Verzorgen per schooljaar.  Voor meer info kan u via telefoon of per e-mail contact opnemen met de school  of breng ons een bezoekje op de opendeurdag.

3e jaar secundair onderwijs richting 'Paardrijden en Verzorgen' ( = 1e jaar van de opleiding Paardrijden en Verzorgen)

Wat leert men in deze studierichting?

Tijdens het 1e trimester wordt gewerkt naar het A- brevet van Sport.Vlaanderen (vroegere Bloso) (in stap, draf en galop enkele eenvoudige hoefslagfiguren rijden voor dressuur; een 3-tal sprongen van 60-70 cm nemen voor het springgedeelte).  In januari wordt er een Bloso - examen afgenomen.
Tijdens het  2e en 3e trimester wordt er verder gewerkt aan de onderdelen van het B- brevet (rijden van een korte dressuurproef en met controle een 5-tal hindernissen springen van 70 – 80cm ). Op het einde van het schooljaar is dit dan ook de inhoud van de testen rijvaardigheid.

Met een leerling die zijn A- of B- brevet al heeft vóór hij bij ons start, wordt er tijdens de lessen rijvaardigheid gewerkt naar een hoger niveau.

Behalve paardrijden komen ook specifieke vakken aan bod zoals lederbewerking, algemene technieken en zoötechniek, waarbij veel aandacht gaat naar de verzorging van het paard, het onderhoud van al het materiaal en van de stalinrichting.

Wat wordt verwacht van een leerling die zijn 3e jaar bij ons start:

De leerling heeft reeds een eenvoudige basis van het paardrijden: individueel een paard kunnen sturen in stap en draf.  De leerling kan galopperen.

De leerling kan een schoolpaard huren of een eigen paard meebrengen.

Wat wordt verwacht van een eigen paard?

Beschreven in het HOC- reglement, hieronder enkele aandachtspunten:
- Gemakkelijk in omgang met mensen en andere paarden
- In orde met  de medische toestand (inentingen e.d. conform het schoolreglement)
- beschikken over een basis van dressuur (best reeds wedstrijdervaring)
- beschikken over een basis van het springen (best reeds wedstrijdervaring)
- In de 2e graad zijn  pony’s (C – en D- pony’s) nog toegestaan
- Koop beter geen nieuw paard aan dat voor school moet dienen zonder het oordeel van de leerkrachten praktijk, best is dat een paard een tweetal weken op proef mag komen.

Wat na deze studierichting?

Logischerwijze stroomt de leerling door naar het 4e jaar secundair onderwijs 'Paardrijden en Verzorgen'.

 

4e jaar secundair onderwijs richting 'Paardrijden en Verzorgen'

Wat leert men in deze studierichting?

Tijdens het 1e trimester wordt gewerkt naar het B- brevet van Bloso (rijden van een korte dressuurproef en met controle een 5-tal hindernissen springen van 70 – 80cm).  In januari wordt er een Bloso – examen afgenomen.
Tijdens het 2e en 3e trimester wordt er dressuurmatig verder gewerkt naar een E- proef (B-proef LRV) en op springvlak moet de leerling een parcours kunnen springen op een hoogte van 90cm.
Op het einde van het schooljaar is dit dan ook de inhoud van de testen rijvaardigheid.
Met een leerling die zijn B-brevet al heeft voor hij bij ons start, wordt er gewerkt naar een hoger niveau.

Behalve paardrijden komen - net als in het 3e jaar -  ook specifieke vakken aan bod zoals lederbewerking, algemene technieken en zoötechniek, waarbij veel aandacht gaat naar de verzorging van het paard, het onderhoud van al het materiaal en van de stalinrichting.

Wat wordt verwacht van een leerling die zijn 4e jaar bij ons start:

De leerling heeft het A- brevet (Bloso) behaald of beheerst dezelfde bekwaamheden (in stap, draf en galop enkele eenvoudige hoefslagfiguren rijden voor dressuur; een 3-tal sprongen van 60-70 cm nemen voor het springgedeelte).

De leerlingen kunnen een schoolpaard huren of een eigen paard meebrengen.

Wat wordt verwacht van een eigen paard?

Beschreven in het HOC- reglement, hieronder enkele aandachtspunten:
- Gemakkelijk in omgang met mensen en andere paarden
- In orde met  de medische toestand (inentingen e.d. conform het schoolreglement)
- beschikken over een basis van dressuur (best reeds wedstrijdervaring)
- beschikken over een basis van het springen (best reeds wedstrijdervaring)
- In de 2e graad zijn  pony’s (C – en D- pony’s) nog toegestaan
- Koop beter geen nieuw paard aan dat voor school moet dienen zonder het oordeel van de leerkrachten praktijk, best is dat een paard een tweetal weken op proef mag komen.

Wat na deze studierichting?

Logischerwijze stroomt de leerling door naar de 3e graad van het secundair onderwijs richting 'Paardrijden en Verzorgen'.

Doorstroming is ook mogelijk naar:
- 3e graad BSO Landbouw
- 3e graad BSO Tuinbouw en groenvoorziening

 

5e jaar secundair onderwijs richting 'Paardrijden en Verzorgen'

Wat leert men in deze studierichting?

Tijdens het 1e trimester wordt gewerkt aan een E7 - proef of B1 - proef. Op springvlak moeten de leerlingen een parcours van 90-95cm kunnen springen.
Tijdens het 2e  en 3 e trimester wordt gewerkt aan de oefeningen van de dressuur- en springproef van het examen rijvaardigheid Initiator van de VTS (Vlaamse Trainersschool).
Op het einde van het 3e trimester is dit dan ook de inhoud van de testen rijvaardigheid.

Met een leerling die zijn rijvaardigheid Initiator al heeft voor hij bij ons start, wordt er gewerkt naar een hoger niveau.

Behalve paardrijden komen ook andere specifieke vakken aan bod zoals verzorging, hoefverzorging, stalconstructies, toegepaste dierkunde, voedingsleer, ziekteleer en zoötechniek. 

Wat wordt verwacht van een leerling die zijn 5e jaar bij ons start:

De leerling heeft het B- brevet (Bloso) behaald of beheerst dezelfde bekwaamheden (rijden van een korte dressuurproef en met controle een 5-tal hindernissen springen van 70 – 80 cm).

De leerlingen moeten een eigen paard of sponsorpaard meebrengen.

Wat wordt verwacht van een eigen paard?

Beschreven in het HOC- reglement, hieronder enkele aandachtspunten:
- Gemakkelijk in omgang met mensen en andere paarden
- In orde met  de medische toestand (inentingen e.d. conform het schoolreglement)
- moet de initiatorproef rijvaardigheid kunnen afleggen tegen het einde van het schooljaar (dressuur en springen)
- Koop beter geen nieuw paard aan dat voor school moet dienen zonder het oordeel van de leerkrachten praktijk, best is dat een paard een tweetal weken op proef mag komen.

Wat na deze studierichting?

Logischerwijze stroomt de leerling door naar het 6e jaar secundair onderwijs 'Paardrijden en Verzorgen'.

 

6e jaar secundair onderwijs richting 'Paardrijden en Verzorgen'

Wat leert men in deze studierichting?

Tijdens het 1e trimester wordt gewerkt aan A- proeven of B2-L1 - proeven. Op springvlak moet de leerling een parcours van 100 cm kunnen springen.
Tijdens het  2e trimester wordt er gewerkt aan de oefeningen van de dressuur- en springproef van het ingangsexamen rijvaardigheid voor Instructeur B van de VTS (Vlaamse Trainersschool. Op springvlak is dit ondertussen al een parcours van 100-105cm.
Tijdens het 2e trimester wordt een VTS – examen afgenomen voor rijvaardigheid Instructeur B dressuur en/of springen.
Tijdens het 3e trimester werkt men tijdens de springles naar een parcours van 105-110 cm, voor dressuur werkt men naar een A6- proef of een M- proef (LRV).

Met een leerling die zijn rijvaardigheid Instructeur B dressuur en/of springen al heeft vóór hij bij ons start, wordt er gewerkt naar een hoger niveau.

Behalve paardrijden komen ook andere richtingspecifieke vakken aan bod zoals verzorging, hoefverzorging, stalconstructies, toegepaste dierkunde, voedingsleer, ziekteleer, zoötechniek en didactiek. Bij zoötechniek komen de theoretische cursusdelen aan bod van het VTS- diploma 'Initiator paardrijden'. Bij didactiek wordt gewerkt naar een goede basis voor een lesgever in de paardensport. Tijdens het 3e trimester wordt een VTS – examen afgenomen voor praktijk didactiek Initiator paardrijden.
In het 6e jaar wordt ook een blokstage in een sportstal gevolgd.

Wat wordt verwacht van een leerling die zijn 6e jaar bij ons start:

De leerling heeft de rijvaardigheidsproeven voor Initiator (dressuur én springen) behaald of heeft positieve wedstrijdervaring met dressuurproeven van niveau 0 en parcours 100 cm.

De leerlingen moeten een eigen paard of sponsorpaard meebrengen.

Wat wordt verwacht van een eigen paard?

Beschreven in het HOC- reglement, hieronder enkele aandachtspunten:
- Gemakkelijk in omgang met mensen en andere paarden
- In orde met  de medische toestand (inentingen e.d. conform het schoolreglement)
- moet dressuurmatig een A- proef kunnen afleggen ( M- proef LRV) en voor springen een parcours van 105-110 cm
- Koop beter geen nieuw paard aan dat voor school moet dienen zonder het oordeel van de leerkrachten praktijk, best is dat een paard een tweetal weken op proef mag komen.

Wat na deze studierichting?

De leerling kan gaan werken als verzorger en/of berijder van paarden in een sportstal, een handelsstal, een KI-centrum of in een fokkerij.
De leerling kan zich echter ook nog verder specialiseren in een derde leerjaar van de derde graad BSO "Manegehouder - Rijmeester" om zo zijn tewerkstellingskansen te verhogen.

 

7e jaar secundair onderwijs - opleiding tot 'Manegehouder - Rijmeester'

Het logische vervolgonderwijs na het tweede leerjaar van de 3de graad BSO 'Paardrijden en Verzorgen' is een specialisatiejaar. Het meest voor de hand liggende specialisatiejaar is dan 'Manegehouder - Rijmeester'.

Wat leert men in deze studierichting?

Tijdens het 3e leerjaar manegehouder - rijmeester maakt de leerling de keuze tussen de optie dressuur of optie springen.

Optie dressuur

Tijdens het 1e trimester wordt gewerkt aan L- proeven of M- proeven (LRV). Op springvlak moeten ze een parcours van 105 cm kunnen springen.
Tijdens het 2e en 3e trimester wordt er gewerkt aan de rijvaardigheidsproef van Trainer B dressuur (VTS). Op springvlak blijft een parcours van 105 cm de norm, men werkt aan optimalisatie van stijl en controle.
Tijdens het 2e trimester wordt een VTS – examen afgenomen voor rijvaardigheid Trainer B dressuur.

Met een leerling die zijn rijvaardigheid Trainer B dressuur al heeft voor hij bij ons start, wordt er gewerkt naar een hoger niveau. (Trainer A of de internationale proeven)

Optie springen

Tijdens het 1e trimester wordt gewerkt aan A- proeven of L- proeven (LRV). Op springvlak moeten ze een parcours van 110 cm kunnen springen.
Tijdens het 2e en 3e trimester wordt er gewerkt aan de rijvaardigheidsproef voor Trainer B springen (115 - 120 cm). Op dressuurvlak blijft het stijlvol uitvoeren van A - proeven het streefdoel.
Tijdens het 2e trimester wordt een VTS – examen afgenomen voor rijvaardigheid Trainer B springen.

Met een leerling die zijn rijvaardigheid Trainer B springen al heeft voor hij bij ons start, wordt er gewerkt naar een hoger niveau: Trainer A van VTS (130 cm) of hoger.

Behalve paardrijden komen ook verzorging en specifieke hoefverzorging aan bod. Tijdens anatomie, didactiek, motorisch leren, specifieke trainingsleer, project - seminaries en zoötechniek komen ook al de vakken aan bod van Instructeur B, waardoor de leerlingen de kans krijgen dit VTS- diploma tijdens hun opleiding af te ronden.
Facultatief kan de leerling het vak toegepaste economie volgen om op die manier zijn attest bedrijfsbeheer te behalen.
In het 2e trimester doen de laatstejaars een blokstage van minimaal 5 weken om meer voeling te krijgen met de arbeidsmarkt en de sector.

Wat wordt verwacht van een leerling die zijn 7e jaar bij ons start:

De leerling heeft het diploma van Initiator van de VTS (Vlaamse Trainersschool).  De leerling heeft minstens 1 rijvaardigheidsproef voor Instructeur B van de VTS (dressuur en / of springen) behaald. Daarnaast heeft de leerling wedstrijdervaring in dressuur en springen.

De leerlingen moeten een eigen paard of sponsorpaard meebrengen.

Wat wordt verwacht van een eigen paard?

Beschreven in het HOC- reglement, hieronder enkele aandachtspunten:
- Gemakkelijk in omgang met mensen en andere paarden
- In orde met  de medische toestand (inentingen e.d. conform het schoolreglement)
- Moet een A- proef ( M- proef LRV) kunnen afleggen en voor springen een parcours van 105-110 cm kunnen springen, met in de gekozen discipline voldoende ruimte voor progressie
- Koop beter geen nieuw paard aan dat voor school moet dienen zonder het oordeel van de leerkrachten praktijk, best is dat een paard een tweetal weken op proef mag komen.

Wat na deze studierichting?

Na het beëindigen van het specialisatiejaar stroomt de leerling door naar de arbeidsmarkt als:
- (Mede-) eigenaar van een sportstal, handelsstal, fokkerij
- Uitbater van een manege
- Ruiter
- Initiator paardrijden privé, in een manege of in een club
- Instructeur paardrijden
- Groom of stalmedewerker
- Verkoper van paardensportmateriaal
- (Mede-) organisator van hippische evenementen
- ...

Er bestaan ook vervolgopleidingen zoals:
- Hoefsmid
- Zadelmaker
- Zelfstandig Instructeur
- Politie te paard
- Opleidingen in het buitenland (paardentandarts, pferdewirtschafsmeister)
- VTS-opleidingen tot Trainer B/A in de Olympische disciplines
- Jury-opleidingen binnen de verschillende disciplines
- ...

Sommige leerlingen zetten na voldoende voorbereiding de stap naar hoger onderwijs in de richtingen van management, sport of onderwijs.

 

LESSENTABEL 2de graad Paardrijden en verzorging

LESSENTABEL 3de graad Paardrijden en verzorging

LESSENTABEL 7 BSO Manegehouder rijmeester